Eddy en Carine - Thailand en Cambodja 2010

Met de auto dag 3

Met de auto in het noorden dag 3

Vannacht zijn we opgeschrikt door een zeer hevig tropisch onweer. Bliksemen, regenen als de beesten en waaien, ongelooflijk. Natuurlijk valt hier dan ook de elektriciteit uit en dat is ‘s morgens nog altijd zo.

De mensen hebben wat moeite om het ontbijt klaar te maken, maar dat lukt toch. Op zo’n moment sta je eens stil wat we nu allemaal niet meer kunnen doen als de stroom uitvalt.

We rijden van Mae Salong naar de Gouden Driehoek. Eerst besluiten we naar een zogezegd heel mooie tempel te gaan kijken, de Doi Tung. Eens daar geraakt (we hadden toen al tweemaal dezelfde weg genomen) zijn we er toch geraakt. Vaneigens dat heel dat spel net nu volledig in de stellingen staat. Iedereen is er druk aan het werk met metselen, pleisteren, vloeren, … Weg hier, ik denk subiet dat ik weer op mijn werk zit.

En dan begon het spel. Ik weet uit ervaring dat het hier niet makkelijk is om in de bergen de weg te vinden maar we doen opnieuw tweemaal dezelfde weg. Even een pauze inlassen en naar de kaart kijken.

Ja, waar nu naartoe ? Aha, er is hier nog een weg naar links. We lijken geluk te hebben, er staat een wegwijzer naar Mae Sai (waar we voorbij moeten), rechtdoor staat aangegeven. Na een kilometer gereden te hebben, komen we aan een militaire controlepost. Dat is niets. Het is gewoon paspoortcontrole zoals op zoveel plaatsen hier. Forget it, deze weg is volledig afgesloten wegens legermanoeuvres. Voilà zie,en hier staan we terug.

Ah, hier zie, er is nog een wegje dat hier naar rechts gaat. Dat is in elk geval de goede richting.

Na een kilometer of vier versmalt het asfaltwegje tot we er nog net doorkunnen met de wagen. Ja, we kunnen niet anders dan doorrijden, anders blijven we hier de hele dag rond die berg draaien.

We moeten de ene haarspeldbocht na de andere nemen, bergop, bergaf. Dalen, stijgen, 5%, 10%, 15%, soms wel 20% helling of nog meer op momenten. Ons Toyota-moteurke ziet af. Naar beneden ben ik verplicht ons automatiekske in L te steken, anders remmen we niet genoeg af op de motor en gaan we veel, vee….eeel (vraag maar aan Carine) te snel.

Ik heb wel een heel mooie slang (ongeveer 1,5m lang) zie wegglibberen in de kant. Aan de tekening te zien een boa. Ik kon spijtig genoeg niet stoppen, tedzju.

Na een goed uur door die wegjes gereden te hebben en steeds omgevallen bomen en afgekraakte takken te hebben ontweken (van de storm vannacht), komen we op een grotere weg uit. Gelukkig zijn we die hele tijd geen enkele wagen tegengekomen (afgelegde weg 36 km). Oef!!!

Nu mag je eens drie keer raden, zie. Inderdaad, we zitten godverdomme weer op één van die wegen die we al twee keer gedaan hebben.

Ze kunnen nu eens ferm mijn kl…ten kussen. Ik rij terug naar Mae Chan en neem dan de hoofdweg 1 tot Mae Sai.

Voila, dàt is dan toch gelukt. Afgezien van de teveel afgelegde 120 km, is alles weer in orde.

Nu even naar de grens met Myanmar rijden (vroeger Birma). Veel volk daar, maar we zijn weer de enige witte.

We waren van plan om even Myanmar binnen te gaan, zoals de andere keer, maar nu krijg je bij het terug binnengaan in Thailand slechts een visum voor 14 dagen (was vroeger 30 dagen). Daar komen we niet mee toe voor onze hele reis. Anders moeten we 500 baht per persoon per teveel gebleven dag bijbetalen en daar heb ik geen goesting in. Ik heb dan maar een foto van de grens genomen.

Daarna terug doorgeregen naar onze eindbestemming voor vandaag, Chiang Saen.

Ondertussen nog gestopt in het Opium-museum (Hall of Opium). Een prachtige ervaring. Het is een splinternieuw gebouw (zeker 400m lang in 3 verdiepingen) voorzien van de nieuwste multimediatechnieken. Je bent er wel een hele dag zoet als je wil. Het doet je ook even nadenken over druggebruik en de gevolgen daarvan.

Ook nog gestopt aan de Gouden Driehoek. Dat is het punt aan de Mekong-rivier waar drie landen samenkomen, links Thailand, in het midden Myanmar en rechts Laos.

Ingecheckt in het Chiang Saen River Hill hotel. We krijgen een mooie kamer.

’s Avonds gegeten langs de Mekong-rivier in de Thai Cuisine.

Het is de eerste keer sedert we in Thailand zijn, dat we geen Thais eten. Carine bestelt eend en ik een T-bone-steak. Het vlees is lekker en de canard ook. Machtige pepersaus trouwens, je kan ervan na een tijd met je tong je neusgaten uitlikken, zo stijf staat ze.

Jammer ook dat de mensen hier in het noorden geen letter Engels verstaan. Je moet hier alles letterlijk met handen en voeten uitleggen. Ik heb geriskeerd om tweemaal iets te vragen (telkens iets anders) en zij wijzen mij tweemaal naar het toilet. Rare gasten.

We hebben hier ook onze bedenkingen gekregen over handgebaren. Ik vraag de rekening door (zoals ze bij ons doen) het gebaar te maken door te wrijven met uw duim tegen de wijsvinger. Dat moet hier iets helemaal anders betekenen want iedereen van de volledige bediening schiet in een lach uit. Ik zwijg maar wijselijk en laat in stilte een scheet. Ruik jullie goesting en zwijg.

Tot morgen.

Carine en Eddy.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!